|
Artikel in de Provinciale
Zeeuwse Courant / 10 juni 2004 Ondernemers zien
weinig heil in invoering van kortingskaart Frankrijk, België, Duitsland, Spanje en Oostenrijk zijn de populaire buitenlandse vakantiebestemmingen van Nederlanders. Oostenrijk was jarenlang hét land om vakantie te vieren, maar heeft in de loop van de jaren flink wat concurrentie gekregen. Hoe zet je een gebied nu weer op de toeristenkaart? In Karinthië schoven overheid en ondernemers met elkaar aan tafel om een antwoord te zoeken op die vraag. Behalve imago- en promotiecampagnes, ontstond het idee voor een toeristenpas. In 1996 werd de Kärnten Card ingevoerd en met succes stellen ondernemers er nu vast. De chipkaart biedt dit jaar toegang tot 108 attracties, zoals panoramawegen, bergbanen, boottochten, musea, zwembaden, recreatieparken en natuurschoon (zoals afgesloten bossen vol met watervallen). Ze liggen verspreid door de hele provincie en hebben niets met elkaar van doen. Behalve dat ze zoveel mogelijk mensen willen trekken en dus geld verdienen. Daarbij gaat het niet alleen om zieltogende attracties. Ook alle grote bekende bezienswaardigheden doen aan de kaart mee. Het mes snijdt aan twee kanten. Toeristen kunnen er geld mee besparen (per gezin minstens enkele tientallen euro’s). Het voordeel van de kaart verschilt per attractie en varieert van gratis toegang of kosteloos doorrijden over tolwegen tot het verkrijgen van kortingen (oplopend tot enkele euro’s per persoon). Verder biedt de chipkaart 50 procent korting op tarieven van het openbaar vervoer. Informatie Wie hem koopt, krijgt behalve de chippas ook een handzaam boekje waarin alle attracties staan, met informatie over wat er te zien of te doen is, de openingstijden, hoe er te komen en wat de kaart voor voordeel biedt. Het is niet moeilijk de kaart te bemachtigen. Behalve plaatselijke VVV’s bieden veel campings en hotels hem te koop aan. Twee weken is de Kärnten Card geldig, dit jaar binnen de periode 4 april tot en met 26 oktober. Kosten: 32 euro voor volwassenen en 13 euro voor kinderen. Duur? Wie de tocht maakt naar de Mölltaler Gletscher en een bezoek brengt aan de druipsteengrotten van Obir, heeft de kosten er al uit. Zonder de kaart kosten die twee attracties meer dan de aanschaf van de Kärnten Card. Volgens Nicole de Munck van het Oostenrijks Toeristenburo in Amsterdam gebruiken toeristen de kaart gemiddeld negen keer. „Toeristen verdienen dus aan de kaart. Bovendien gaan ze op basis van het boekje ook naar attracties waar ze anders nooit naar toe zouden gaan. Daar spenderen ze ook weer geld.“ Ook de ondernemers varen wel bij de Kärnten Card. Iedere onderneming krijgt volgens De Munck een vastgesteld aandeel dat afhangt van het aantal verkochte Kärnten Cards en het aantal bezoekers per attractie. „Er zijn natuurlijk ondernemingen die meer bezoekers trekken dan anderen. Maar de winst wordt via een bepaalde verdeelsleutel aan alle ondernemingen verdeeld.“ De kaart blijkt lucratief. Vorig jaar werden er 150.000 kaarten verkocht. Meer dan ooit, aldus De Munck. In Zeeland willen soortgelijke initiatieven maar niet van de grond komen. De Zeelandkaart bijvoorbeeld stierf een vroege dood. „Misschien waren we de tijd vooruit, misschien te ambitieus“, filosofeert Margot Tempelman van het Bureau Toerisme Zeeland (BTZ). In Schouwen-Duiveland zijn er nu plannen voor een ’eilandpas’. „Maar er wordt al vanaf omstreeks 1998 over een dergelijk initiatief gesproken. Het duurt dus heel lang en kost veel energie om zoiets van de grond te krijgen“, constateert Tempelman. Een belangrijke oorzaak daarvan: het is niet te voorspellen wat het effect van de kaart zal zijn. „Het is het kip-en- het-ei-verhaal. Dat maakt het lastig. Trekt een dergelijke kaart meer mensen naar de provincie? Ik denk het niet. Mensen komen niet speciaal naar Zeeland, omdat er leuke kortingen te halen zijn. Daarentegen biedt dit soort initiatieven toeristen wel degelijk een meerwaarde. Op basis van een boekje, brengen ze sneller een bezoek aan attracties of evenementen wat ze normaal gesproken minder snel of helemaal niet zouden doen.“ Toch twijfelt Tempelman of de invoering van een toeristenpas in heel Zeeland haalbaar is. Te weinig ondernemers zien er namelijk het nut van in en durven niet te investeren. „Als je zoiets invoert, dan moet je het goed en op grote schaal doen. En bijvoorbeeld niet met een paar attracties in een paar steden of dorpen. Dat vereist dat ondernemers met elkaar samenwerken, dat ze over de belangen van een gebied of eiland heenkijken. Want samen maken ze Zeeland. En dat blijft in Zeeland moeilijk.“ Merk Ze denkt daarom dat het zinvoller is om tijd en geld te investeren in het ’merk Zeeland’. Iets waar het Bureau Toerisme Zeeland ook onderzoek naar doet. Volgend jaar moeten op basis van de resultaten de eerste ideeën worden ontwikkeld hoe Zeeland aantrekkelijker te maken voor toeristen. |